Taartpunten, kommagetallen en de getallenlijn
3⁄4
3 van 4 gelijke stukken gekleurd
3⁄4 = 3 : 4 = 0,75
0,75 ligt tussen 0,7 en 0,8 op de lijn
Het onderste getal (de noemer) zegt in hoeveel gelijke delen het geheel is verdeeld. Het bovenste getal (de teller) zegt hoeveel van die delen je hebt. 3/4 is 3 van 4 gelijke stukken.
Breuken die anders geschreven zijn maar even groot zijn. 2/4 en 1/2 kleuren hetzelfde deel van de cirkel. De eenvoudigste vorm is die met de kleinste getallen.
Deel het bovenste getal door het onderste. 3/4 is 3 : 4 = 0,75. De lijn onder de cirkel laat zien waar dat kommagetal tussen 0 en 1 ligt.
Omdat de deling nooit klaar is. Dat gebeurt als de breuk zo eenvoudig mogelijk is en de noemer deelbaar is door een ander priemgetal dan 2 of 5, zoals 3 of 7. 1/3 is 0,333... en de 3 blijft altijd terugkomen.